Europese samenwerking bevindt zich in een paradoxale fase. Aan de ene kant dwingen geopolitieke dreigingen, migratiestromen en klimaatdoelen tot meer gezamenlijke coördinatie en integratie vanuit Brussel.
Aan de andere kant roept dit direct weerstand op bij lidstaten die waken over hun eigen nationale soeveriniteit en veto-rechten. Deze spanning tussen soeveriniteit en slagkracht stelt de veerkracht van de Europese Unie zwaar op de proef.