Nederland behoort sinds het uitbreken van het conflict in Oekraïne tot de meest actieve leveranciers van militair materieel aan Kiev. Van pantserhouwitsers en F-16's to geavanceerde radarsystemen; de steun is substantieel en geniet brede politieke steun. Maar onder de oppervlakte groeit de bezorgdheid binnen defensiekringen over de operationele gereedheid van onze eigen krijgsmacht.
De Nederlandse defensievoorraden waren na decennia van bezuinigingen al flink uitgedund. Het sturen van munitie en zwaar materieel naar het oosten betekent dat onze eigen eenheden kampten met tekorten voor trainingen en paraatheid. Hoewel het kabinet miljarden extra heeft uitgetrokken om defensie weer op te bouwen, vergt het herbevoorraden van de krijgsmacht door logistieke bottlenecks en trage defensie-industrie jaren.
Bovendien verschuift het geopolitieke zwaartepunt. De vraag rijst in hoeverre Europese landen in staat zijn de defensie van het continent zelfstandig te garanderen als de Amerikaanse steun onder een toekomstige president zou wankelen. Het dossier Oekraïne is daarmee niet langer een extern conflict, maar raakt direct aan de fundamenten van onze eigen nationale veiligheidsstrategie.