Sinds de historische uitspraak van de Raad van State in mei 2019 bevindt Nederland zich in de greep van de stikstofcrisis. Woningbouwprojecten liggen stil, de uitbreiding van infrastructuur is stopgezet en de agrarische sector verkeert in diepe onzekerheid. Hoe heeft een ogenschijnlijk technisch-ecologisch probleem kunnen uitgroeien tot een totale maatschappelijke verlamming?

Het antwoord ligt in de juridisering van het Nederlandse natuurbeleid. Door vast te houden aan extreem gedetailleerde rekenmodellen en strenge Europese normen, heeft de politiek zichzelf buitenspel gezet. Elke poging tot pragmatische versoepeling wordt door milieuorganisaties met succes aangevochten bij de rechter.

Om uit deze impasse te komen is een radicale heroverweging nodig. We moeten afstappen van de fixatie op micro-emissies en focussen op het daadwerkelijk herstellen van de natuurkwaliteit op de lange termijn. Dat vereist politieke moed om in Brussel te onderhandelen over flexibele interpretaties van de regelgeving, en een eerlijk gesprek met de agrarische sector over de toekomst van ons platteland.